Opstanding: niet te geloven...

Opstanding uit de doden past niet in mijn begrip van de werkelijkheid. Daar krijg ik het ook niet in gewrongen.

Of dat tweeduizend jaar geleden heel anders was? Ja, mensen vonden het toen gemakkelijker te accepteren dat er dingen gebeurden die ze niet snapten. Wij denken nu wel heel vaak dat we alles begrijpen, en dat wat we níet begrijpen ook niet waar kan zijn.

Maar verder – hoor het antwoord van de profeet Ezechiël, als God hem in het dal van de dorre doodsbeenderen in Ezechiël 37 vraagt of hij denkt dat deze beenderen weer levend kunnen worden: ‘U weet het, Heer’. Hij zegt geen nee tegen God. Maar ‘Ja’ zegt hij evenmin. Want wat God hier tegen hem zegt – dat kan helemaal niet! Maar het gebeurt wel. En, nog sterker: de profeet zelf speelt daar een rol in.

Dat herken ik. Op de vraag wat ik met opstanding kan, en of ik er eigenlijk wel in geloof, weet ik nooit goed wat ik moet antwoorden. ‘Ja’ is natuurlijk het goede antwoord. Maar ja – zie de eerste zin van deze column. Maar daarmee is het evangelie van Jezus’ opstanding  niet verdwenen en daarmee laat het zich ook niet afschepen. Het komt ieder jaar terug, tegen alle verbazing en ongeloof in – zie de ongelovige Thomas, zie de Emmaüsgangers die de opgestane Heer pas herkennen als hij het brood met hen breekt.

Zo gaat het dus. Of ik wel of niet iets met opstanding kan, is het punt niet. Waar het om gaat, is dat die opstanding iets met mij doet, mij aanspreekt en mij aanraakt, mij uitnodigt om over de grenzen van wat ik denk dat er kan, opnieuw te durven hopen op – ja, op wat?

In Ezechiël 37 blijkt dat verhaal van die dorre doodsbeenderen die, o wonder!, weer tot levende mensen worden die op hun voeten worden gezet, symbolisch bedoeld. De profeet moet ermee duidelijk maken dat het volk Israël, ook al denkt het dat het voorgoed verloren is in de ballingschap, zal terugkeren naar het land dat hen beloofd is.

‘O,’ hoor ik al deze en gene denken, ‘zie je wel, alleen maar symbolisch, niet echt.’ Maar het omgekeerde is het geval. Juist die symbolische uitleg betekent, dat je opstanding niet moet beperken tot de vraag of mensen wel of niet uit een graf kunnen komen. Opstanding wordt ook werkelijkheid, waar mensen elkaar niet langer opsluiten in wat ze fout hebben gedaan maar vergeving mogelijk blijkt. Opstanding gebeurt, waar mensen die alle moed hadden verloren, ineens ervaren hoe goed het hen doet dat ze worden begrepen en aanvaard. Vul maar aan - Paulus noemt de gemeente het opstandingslichaam van Christus, wel dertien brieven lang.

Opstanding uit de doden breekt de grenzen open van wat ik denk dat mogelijk is. Opstanding geeft mij nieuwe hoop en nieuw verlangen, zodat ik durf te vragen en zoeken naar wat nodig is, of dat nou kan of niet. En opstanding geeft mij nieuwe moed om overal daar, waar kloven worden gedicht en ramen en deuren en harten worden geopend en waar wordt gedeeld wat voor handen blijkt, hoe onbeduidend ook in de ogen van deze wereld, te geloven dat dat tekenen zijn van een nieuwe toekomst die al onder ons begonnen is. Ik doe graag mee.