Dominee op de Dam

Dierendag, moederdag, secretaressedag. En sinds vorige week is er ook een predikantendag.

Op maandagmorgen 22 september, met de vrolijkheid van de startzondag nog in mijn hoofd, fiets ik naar de landelijke predikantendag in de Nieuwe Kerk. Ik parkeer mijn fiets en met mijn boordje in mijn handtas loop ik naar binnen. Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed wat ik moet verwachten. Uit onderzoek van Trouw blijkt dat de gemiddelde dominee een enigszins introverte man van rond de 55 met uitwonende kinderen is. Ik vraag me af hoe de sfeer zal zijn. Maar ik heb meer vragen: Is het goed en is het nodig om al die dominees een dag bij elkaar te brengen? Helpt een dag met elkaar ons om onze roeping beter te verstaan of zijn we dan toch (weer) vooral bezig met onszelf?

Mijn scepsis verdwijnt snel als ik merk hoe positief de sfeer is. De bedoeling is om de predikanten en kerkelijk werkers te bemoedigen. Geen dag vol kritische dominees die moeilijke theologische kwesties bespreken, maar een dag waarop tegen al deze ambtsdragers wordt gezegd: God heeft je geroepen op de plek waar je werkt. Ook als het moeilijk is en je de kerk ziet afbrokkelen mag je erop vertrouwen dat je wél het goede doet. Want elke kerk is een gemeenschap die bezig is om het verhaal van God met mensen te vertellen en te laten zien. Het is een ander verhaal dan de meeste verhalen die we om ons heen horen. De kerk vertelt over een andere werkelijkheid. De werkelijkheid van God, waar ‘ja’ wordt gezegd tegen elk mens. ‘Ja, jij mag er zijn.’ De kerk als een gemeenschap waar we ‘ja’ zeggen tegen alles wat leven brengt.

Zeshonderd dominees lopen op de Dam en zingen een ‘Halleluja’. De tram stopt voor al die toga’s. Sommige collega’s mopperend over de onzin van de ‘togashoot’, anderen stralend op de voorste rij. Ik sta ergens in het midden te grijnzen. Leuk, zo’n dag voor predikanten. Maar de lach op mijn gezicht wordt vooral op mijn gezicht getoverd bij de gedachte aan al die kleine en grote gemeenschappen waar wij deel van uitmaken. Al die kerken en kerkjes. Die hangen niet af van een dominee. Gelukkig niet.

Ik zing ́Halleluja ́ op de Dam en denk aan al die bloembollen die we de dag ervoor verstopt hebben in de Indische Buurt. Aan alle kaarten van lieve woorden die we in de buurt hebben verspreid. We halen er misschien niet de voorpagina van het Parool mee, maar we doen waartoe we kerk zijn. Een gemeenschap die tot zegen is voor al haar buren. Hallelujah.