Gedachten in januari

Het jaar 2015 heeft een moeilijk begin. Bij de koffie na een kerkdienst zei iemand tegen mij heel eerlijk dat er dit jaar snel een streep stond door het gevoel van goede moed en goede voornemens. Aanslagen in Frankrijk op een nieuwsredactie en in een Joodse supermarkt. Golven van geweld in Nigeria. Maar er was ook slecht nieuws dichtbij, in onze eigen kring, waar mensen zijn overleden of zijn getroffen door ziekte: een ramp op persoonlijk niveau.

Ik heb in de afgelopen weken veel nagedacht over angst en moed – juist door al deze gebeurtenissen. Veel mensen zijn bang en die angst is terecht. Het is waar dat er zomaar iets kan gebeuren; in de vorm van een gewelddadige aanslag, of in de vorm van een ziekte of een plotseling verlies. Je kan je angst bezweren door te wijzen op alle goede en mooie dingen die er gebeuren. Je kan onze collectieve angst bezweren door te wijzen op onze rechtsstaat of door nog een extra verzekering af te sluiten. En ‘last but not least’, je kan je angst bezweren door te beslissen om je er door te laten leiden. Angst is een slechte raadgever tenslotte.

Maar als ik heel eerlijk ben, vraag ik me af of al deze bezweringsformules wel werken. Is de troost voor onze bange harten te vinden in een massale demonstratie op de Dam, waarin we samen besluiten om niet bang te willen zijn om onze mening te uiten? Ik merk in mezelf een aarzeling als ik de één nog stelliger dan de ander hoor zeggen dat we vooral onze vrijheid moeten bewaken. En mét dat ik dit opschrijf, begrijp ik mezelf niet goed. Ik aarzel – juist als gelovig mens wil ik graag hardop kunnen geloven. Maar het lijkt wel alsof dat recht om hardop te geloven samenkomt met het recht op belediging. Ik schrik van moslims die vertellen over discriminatie en ik schrik van de beveiliging die nodig is op de Joodse instellingen in onze stad. De moed zakt me in de schoenen. Moed is het vermogen om met angst om te gaan. Maar waar is die moed te vinden in tijden die zo verwarrend zijn? Door wat er gebeurt in de wereld om ons heen, of heel persoonlijk door ziekte of verlies.

Marjolijn de Waal vond de moed om dominee te worden in Vijfhuizen. Ze preekte bij haar bevestiging over de roeping van de discipelen door Jezus. Het is fascinerend om te zien hoe deze leerlingen geen moment aarzelen om met Jezus mee te gaan. Ze laten alles los en gaan met Hem mee. Ze zijn niet bang om alles wat hun zekerheid geeft op het spel te zetten. Hun baan, hun familie. Blijkbaar voelen ze de urgentie van Jezus’ oproep tot bekering – zo legde Marjolijn aan ons uit. De urgentie die wordt gevoeld in een gemeenschap die samenkomt in het visioen van een andere wereld – het koninkrijk van God. Die urgentie is nu niet anders dan in de tijd van Jezus. Het gevoel dat er een andere wereld mogelijk is, en vooral ook dat God een andere wereld op het oog heeft. Als gelovige vind ik moed in een gemeenschap die lief en leed deelt en in een gemeenschap die deze God zoekt. Want als ik aarzel of bang ben, dan is er altijd iemand in de buurt die bidt en zingt dat God ons niet vergeet.